Minister Blok blijft verbazen: de liberaal in hem moet toch moeite hebben met zijn eigen voorstel voor een "separate, van de beleidsfunctie onafhankelijk opererende dienst onder ministeriële verantwoordelijkheid". Voor de VVD is het rijksapparaat al te groot, maar voor sommige takken van sport moet het kennelijk nog groter.

De beleidsreactie op het rapport van de commissie Hoekstra is op 26 maart naar de Kamer gestuurd. Het is een wonderlijk mengsel van oude en minder oude denkbeelden, contradicties en onmachtige "oplossingen". Ik zou zijn begonnen met een bezinning op het thema toezicht. In een tijd van drie decennia hebben we het toezicht ondergebracht gezien bij centraal DGVH, daarna de IVH (inspecties in de provincie), vervolgens de gemeenten, daarna het CFV; het plan was nu de FAw, maar nu komt er een onafhankelijk dienst, als onderdeel van de Haagse bureaucratie.

Daar zou je toch eens over moeten nadenken. Als iedereen faalt, kloppen onze verwachtingen van het toezicht dan wel? Het doet denken aan de juridische vervolging van de Italiaanse seismologen, die een aardbeving niet voorspelden. Of aan de economen, die de crisis niet konden voorspellen, toen die al begonnen was. Is het een oneerlijke vergelijking? Seismologen hebben tenslotte maar weinig data over processen op 15 km diepte en je boort daar geen gaatje naar toe. Economen hebben wel veel data, maar de wereldeconomie zit vol causale en meekoppelende verbanden, die voorspellen lastig maken. De commissie werd ingesteld, als gevolg van het Vestia-echec. Betekent het feit dat Vestia mogelijk was, dat het toezicht niet deugt of onjuist is gepositioneerd?

Ik vrees dat de brief met een wat simpel wereldbeeld is geschreven. De uitsmijter van de Minister is veelzeggend:

"Tot slot van deze brief merk ik op dat een goede toezichtstructuur alleen nooit voldoende kan zijn om incidenten en onrechtmatigheden in de sector te voorkomen. Daartoe is het ook nodig dat er een andere cultuur ontstaat in de corporatiesector waarbij een transparante verantwoording van activiteiten vanzelfsprekend is en een maatschappelijk dienstbare attitude als de enig juiste wordt beschouwd."

Dat is simplistisch en boosaardig: als er één thema is waarop het Rijk een hoofdrol heeft vervuld dan is het wel over de transparantie van de verantwoording. Paul Frissen zegt: "wie transparantie vraagt, oogst formulieren". Ik ben benieuwd naar de prognoses over de omvang van de nieuwe toezichtdienst. Misschien dat het parlement daar eens naar kan informeren.

En kennelijk ziet de minister veel gebrek aan "een maatschappelijk dienstbare attitude"; is dat nooit eerder opgevallen? Je zult maar tot de 'rank and file' van het huisvestersgilde behoren, elke dag je stinkende best doen en dan van de minister, die je systeem bestiert horen dat je attitude niet dienstbaar genoeg is.

Maar ik word boos en dwaal af. Waar is toezicht voor? Nog maar eens de analogie van het toezicht in de luchtvaart: dat wordt niet omgeschoffeld wanneer een vliegtuig uit de lucht valt, dat stelt zich niet ten doel alle ongevallen uit te bannen, dat strooit niet met gele en rode kaarten wanneer piloten fouten maken. Dat onderzoekt, rationeel en zorgvuldig. Dat gaat uit van voldoende ambachtelijke kwaliteit en laat alleen vervolgen bij grove schuld of nalatigheid.

Maar hoe bannen we in de de huisvesting risico op Vestia drama's uit? Laten we eens nadenken waarover we spreken. Risico kun je koppelen aan een prijs: als je een dobbelsteen gooit heb je een kans van 1/6 op een vijf. Als je dat risico niet wilt moet je niet dobbelen. Woningcorporaties zijn zelfstandig gemaakt en er is gezocht naar mogelijkheden voor concurrentie, voor tucht van de markt.

Onzekerheid is onmeetbaar risico, zoals hier voor aangeduid, een wereld vol data en teveel causale en meekoppelende verbanden, een plasmawolk, of een meteorologisch geheel, waar een vlinderslag in China drie weken later tot een depressie op de Noordzee leidt. Ik noem die economische praatjesmakers niet voor niks: Vestia werd zo groot dat naar die economische praatjesmakers moest worden geluisterd en daarmee kwam een wereld van onzekerheid in onze systemen, die daarop niet waren ontworpen.

Ik hoop dat dit tot enig nadenken stemt. De brief doet dat verder eigenlijk niet: de onafhankelijke toezichtsdienst is een volgende stap in het terugdraaien van de verzelfstandiging. Merkwaardig: het is toch wel een tamelijk liberale beweging geweest, nog maar twintig jaar geleden. Het simplisme verlaat de minister niet: bij de benchmarks noemt hij het "in eerste instantie een zaak van de corporatiesector zelf". Maar ze zullen wel moeten leiden tot verbeteringen waar nodig. "Ik zal dit beoordelen". Mar wat hij zal beoordelen en hoe hij dat gaat doen?

Globaliter gaat het ongeveer met alle aanbevelingen van Hoekstra zo: de sector moet het zelf maar doen. Wij zijn een waardeloze slager, maar we moeten wel zelf ons vlees keuren.

Mijn hobby is de lokale verankering van de corporaties: daarin is de brief ronduit teleurstellend. "Een beleidskader voor het volkshuisvestelijk toezicht is een aanbeveling waar ik positief tegenover sta, mits daarbij het lokale (gemeentelijke) primaat bij de invulling (en beoordeling) van de corporatieprestaties overeind blijft."(p.10) Ik heb geen idee naar welke praktijk hier wordt verwezen. Maar er is een commissie Dekker die over deze lokale binding gaat adviseren. Tja... adviezen te over, maar wat heb je er aan als je geen idee hebt wat je wilt?

Bron: Aedes