HomeNieuwsBestuurWerkgroepenFeitenPublicatiesContactLinksFoto'sOverigArchiefDigitaal panel

 

Nieuws

Wat verandert er voor huurders in 2016?Wat verandert er voor huurders in 2016?
Donderdag 24 december 2015 om 16:00 uur

Wat verandert er voor huurders in 2016?

Op 1 januari 2016 worden er verschillende wetten en regels aangepast die huurders en woningzoekenden kunnen raken. Vooral in de toewijzing van sociale huurwoningen verandert veel. Ook in de regels voor huurtoeslag zijn er wijzigingen. Hoe de jaarlijkse huurverhoging per 1 juli 2016 eruit gaat zien is op dit moment nog niet duidelijk.

Huurprijs berekenen

De maximale huurprijs waarvoor een sociale huurwoning aan een nieuwe huurder mag worden verhuurd (de 'liberalisatiegrens') blijft in 2016 op hetzelfde bedrag als in 2015. Voor nieuw te verhuren sociale woningen mag maximaal € 710,68 (aan kale huur) worden gevraagd. Daarmee is ook de maximale huurprijs waarbij huurtoeslag mogelijk is (de 'huurtoeslaggrens') bevroren op € 710,68.

Goedkoper aanbod voor woningzoekenden met laag inkomen

Door veranderde wetgeving rond 'passend toewijzen' zal de prijs waarvoor veel vrijkomende woningen worden aangeboden flink omlaag moeten. Woningcorporaties zijn per 1 januari verplicht om betaalbare huren te vragen voor minstens 95% van de woningen die zij toewijzen aan hun belangrijkste doelgroep: huishoudens met een inkomen dat recht geeft op huurtoeslag. Aan huishoudens van een of twee personen mag maximaal € 586,68 worden gevraagd, aan drie- en meerpersoonshuishoudens maximaal € 628,76. Corporaties hebben 5% ruimte om toch duurder toe te wijzen, bijvoorbeeld als het om gaat om aangepaste woningen voor senioren of gehandicapten.

Duurder aanbod voor woningzoekenden met iets hoger inkomen

De tweede belangrijke doelgroep voor woningcorporaties zijn woningzoekenden met een inkomen dat te hoog is voor huurtoeslag, maar te laag om in de vrije sector te kunnen huren of een hypotheek te kunnen krijgen. Aan woningzoekenden met een inkomen tussen de inkomensgrens voor huurtoeslag en de inkomensgrens voor sociale huur mogen corporaties wél woningen (blijven) toewijzen met een huurprijs tussen de 'aftoppingsgrens' en € 710,68. Daarbij is ruimte om aan huurders met een inkomen hoger dan € 34.911 toe te wijzen verruimd. Aan huurders met een inkomen tot € 39.874 mag nu 10% worden toegewezen, daarnaast bestaat ook nog de bestaande 10% vrije toewijzingsruimte. 

Aangepaste grenzen voor huurtoeslag

Huurders met een laag inkomen hebben recht op huurtoeslag. Hoe de – ingewikkelde – grenzen voor de berekening van huurtoeslag werken is in 2016 niet anders dan in 2015. Maar de grensbedragen zijn wel iets verhoogd. Dat gebeurt op 1 januari van ieder kalenderjaar.

  • De inkomensgrens voor huurtoeslag – het maximale inkomen dat je mag hebben om nog huurtoeslag te kunnen krijgen – wordt € 22.100 voor alleenstaanden, € 30.000 voor meerpersoonshuishoudens onder de AOW-leeftijd en € 30.500 voor meerpersoonshuishoudens ouder dan de AOW-leeftijd.
  • De ‘kwaliteitskortingsgrens’ gaat naar € 403,06. Over het gedeelte van de huur dat tussen deze grens en de 'aftoppingsgrens' ligt krijgen huurders 65% vergoed via toeslag. 
  • De aftoppingsgrens wordt € 586,68 voor één- en tweepersoonshuishoudens en € 628,76 voor huishoudens die uit drie of meer mensen bestaan. Het gedeelte van de huur dat boven de aftoppingsgrens ligt moeten meerpersoonshuishoudens volledig zelf betalen. Ouderen, alleenstaanden en gehandicapten krijgen over het deel van de huur boven de voor hen geldende aftoppingsgrens nog wel iets terug via huurtoeslag: 40% wordt vergoed.

Huurtoeslag en spaargeld 

Wie te veel spaargeld – of anderszins 'eigen vermogen’ – heeft krijgt géén huurtoeslag, ook niet bij een laag inkomen. Dat principe verandert niet in 2016, de maximale grenzen veranderen wél. 

  • Meer spaargeld toegestaan voor jongere huurders. Huurders die de AOW-leeftijd nog niet bereikt hebben mogen € 3.000 méér spaargeld hebben dan in 2015, zonder dat dit invloed heeft op hun recht op huurtoeslag. Dat is een gevolg van het Belastingplan dat eind 2015 op de valreep door de Eerste Kamer is aangenomen. In dat plan is ook afgesproken dat over spaargeld tot € 24.437 geen belasting (vermogensrendementsheffing) betaald hoeft te worden.​​
  • Minder spaargeld toegestaan voor oudere huurders. Voor huurders boven de AOW-leeftijd is de 'spaargeldnorm' juist in hun nadeel veranderd. Tot en met 2015 mochten oudere huurders met een inkomen tussen 14 en 20 duizend euro ongeveer 35 duizend euro aan spaargeld hebben zonder dat dit invloed had op hun recht op huurtoeslag; voor ouderen met een nog lager inkomen gold zelfs een hogere norm. Deze extra vrijstelling om ouderen met een laag inkomen tegemoet te komen stond bekend als 'ouderentoeslag'. Per 1 januari 2016 is de ouderentoeslag afgeschaft. Het maximum dat je aan eigen vermogen mag hebben om nog huurtoeslag te kunnen krijgen is vanaf 2016 voor jong en oud gelijk: per persoon geldt dan een maximum van € 24.437.-

Jaarlijkse huurverhoging nog niet bekend 

Het is helaas nog niet duidelijk hoe de jaarlijkse huurverhoging per 1 juli eruit gaat zien en wat het maximale percentage is waarmee sociale verhuurders de huur mogen verhogen. Minister Blok heeft hier eind 2015 een voorstel voor naar de Tweede Kamer gestuurd, dat nog door de Kamer behandeld moet worden. 

Om de huurstijgingen te matigen, mogen corporaties in Bloks voorstel de huursom gemiddeld maximaal 1% boven inflatie laten stijgen. De huurverhogingen bij nieuwe verhuringen (huurharmonisatie) vallen hier ook onder. Binnen deze ruimte gaan de huidige inkomensafhankelijke percentages gelden. Dat zou betekenen dat huurders met een laag inkomen wederom een huurverhoging van 1,5% boven inflatie kunnen krijgen, en huurders met een bescheiden middeninkomen een huurverhoging van 2% of zelfs 4 % boven inflatie. Door de huursombenadering kunnen deze maximale huurverhogingen dus minder vaak worden gevraagd. Dit beleid staat nog niet vast, de Tweede Kamer moet het wetsvoorstel nog bespreken.

Bron: de Nederlandse Woonbond

«  Nieuws overzicht..